Overheid
info@vangoud.nl
026 - 443 50 20
Vastgoed
info@vangoud.nl | 026 - 443 50 20

Het voorkomen van een planologische lockdown door social distancing

23 maart 2020

In de maand maart zullen in Nederland weinig bestemmingsplannen worden vastgesteld. En voor de maand april is dat waarschijnlijk niet anders. Veel gemeenteraden hebben aangegeven de komende tijd niet bijeen te komen, in afwachting van de ontwikkeling van het Corona virus, nadere richtlijnen van het RIVM en nadere maatregelen van het kabinet. Vergaderen in een volle raadszaal is op dit moment uit den boze en ook onverstandig vanwege de noodzaak tot ‘social distancing’. Tegelijkertijd blijft richting toekomst het behouden van voortgang in procedures hard nodig, bijvoorbeeld voor de woningbouw. Tot enkele weken terug was een tekort aan woningen en bouwtitels immers nog een van de belangrijkste uitdagingen van ons land. Hoewel nu relatief, blijven de belangen bij bestemmingsplannen ook groot en op dit moment is nog onduidelijk hoe lang de ‘social distancing’ zal duren.

In deze blog wordt verkend hoe we kunnen proberen om de voortgang in het opstellen en vaststellen van nieuwe bestemmingsplannen te behouden. Daarbij wordt in de plaats gekeken naar bestemmingplannen die al in ontwerp ter inzage hebben gelegen, maar nu ‘vastlopen’ door uitstel van raadsvergaderingen. Daarnaast wordt gekeken of er vanwege ‘social distancing’ beletselen zijn om nieuwe planologische procedure op te starten.

Bestaand juridisch instrumentarium niet passend op crisissituaties

Op de vaststelling van bestemmingsplannen is de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van toepassing (afdeling 3.4 van Algemene wet bestuursrechter (Awb)). Op grond van artikel 3.8 eerste lid onder e van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) beslist de gemeenteraad binnen 12 weken na het ter inzage leggen van het ontwerpbestemmingsplan. Dat lukt nu niet. In normale tijden konden belanghebbenden bij het uitblijven van een besluit via een verkorte, veelal schriftelijke procedure zonder zitting, besluitvorming over vaststelling van bestemmingsplannen afdwingen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In de praktijk is de uitkomst van zo’n procedure, heel kort gezegd, dan in de regel de eerst volgende ‘haalbare’ raadsvergadering. Hoewel zo’n schriftelijke procedure op zich ‘Corona-proof’ is, weten we op dit moment niet wat voor gemeenteraden de eerst volgende haalbare raadsvergadering is voor een besluit over vaststelling. Ook de bestuursrechter weet dat niet. Het is dus ook niet zinvol om nu een dergelijke actie op te starten.

Kernvraag is hoe gemeenteraden de komende tijd hun besluitvorming gaan en willen organiseren, indachtig social distancing, en of het daarbij ook passend is om planologische besluiten te agenderen.

Uitgangspunt voor het houden van raadsvergadering is blijkens informatie die deze week vanuit het Rijk aan gemeenten is verstrekt, terughoudendheid bij het houden van een fysieke vergadering. Daarbij is ook aangegeven dat een onderscheid gemaakt zou moeten worden tussen besluiten die nodig zijn voor de aanpak van de huidige situatie (en daarom samen komen noodzakelijk is), en besluitvorming die uitgesteld kan worden omdat die geen noodzakelijk karakter kent. Over de vraag of een planologisch besluit noodzakelijk is, kan (per afzonderlijk besluit) heel verschillend worden gedacht.

Nieuwe vormen van vergaderen door gemeenteraden door social distancing

Interessant zijn dan ook de discussies die op dit moment in den lande gaande zijn over het zo goed als mogelijk organiseren van de raadsvergadering en de besluitvorming door de raad ten tijde van Corona. Zie bijvoorbeeld het artikel Corona-proof vergaderen op de website van de Vereniging voor raadsleden. Die discussie is deze week gevoed door een informatiedocument dat vanuit de Directie Democratie & Bestuur, Afdeling Inrichting Openbaar Bestuur van het Ministerie van BZK is verspreid onder decentrale overheden.

De lijn die nu in verschillende gemeenten na overleg tussen raadsleden lijkt te worden gekozen is dat een door de burgemeester uitgeschreven raadsvergadering belegd wordt met burgemeester, griffier en één of meer raadsleden. Deze openbare vergadering wordt vervolgens niet geopend omdat er (vanwege social distancing) geen quorum is (tenminste de helft van de raadsleden dienen de presentielijst te hebben getekend; artikel 20 eerste lid, Gemeentewet). Vervolgens kan door de burgemeester een nieuwe openbare vergadering worden belegd, die 24 uur later al kan worden gehouden (artikel 20, tweede lid, Gemeentewet). In die tweede openbare vergadering kan dan door een beperkte aantal raadsleden, zelfs slechts één raadslid, worden gestemd.

Een duidelijke noodgreep, maar in theorie is het dus mogelijk dat in een zeer beperkte vergadering bestemmingsplanen worden vastgesteld. Vooralsnog lijkt het mij echter ondenkbaar dat deze werkwijze wordt gevolgd indien er door individuele raadsleden debat wordt verlangd, bijvoorbeeld naar aanleiding van ingediende zienswijzen. Daar staat tegenover dat indien een planologische ontwikkeling niet omstreden is en ook niet middels zienswijzen is bestreden, het behouden van voortgang in de planologische procedure ook ten tijde van Corona grote belangen kan dienen.  

Social distancing en ter inzage leggen ontwerpbestemmingsplannen blijft ook mogelijk

Minder verstrekkende noodgrepen zijn nodig bij het in procedure blijven brengen van ontwerpbestemmingsplannen. Die plannen worden door het college van burgemeester en wethouders voorbereid. De vergaderingen van het college zijn in beginsel besloten en het aantal deelnemers is ook beperkter. Social distancing is dus eenvoudiger. Het besloten karakter van de college vergadering maakt vervolgens dat een collegevergadering onder omstandigheden ook op afstand zou kunnen plaatsvinden, en de besluitvorming zelfs digitaal kan. Ontwerpbestemmingsplannen kunnen dus gewoon in procedure worden gebracht.

Conclusie: Een planologische lockdown is te voorkomen

De conclusie is dus dat met de nodige noodgrepen een planologische lockdown te voorkomen is. Daarbij zijn het uiteindelijk niet zo zeer de bestuursrechtelijke procedures van belang, maar vooral de mensen die daar nu invulling aan moeten geven.