Overheid
info@vangoud.nl
026 - 443 50 20
Vastgoed
info@vangoud.nl | 026 - 443 50 20

Vervolgblog: civielrechtelijke opties bij burenterreur (2)

24 november 2022

In 2019 heb ik een blog (Civielrechtelijke opties bij burenterreur) geschreven over burengeschillen, meer specifiek de gevallen waarbij de ene buur de andere (eenzijdig) pest en lastigvalt en op die manier enorme (onrechtmatige) hinder veroorzaakt. Dit is een speciale tak van sport binnen het burenrecht, waarbij dus geen sprake is van een (standaard) burenruzie tussen buren die van mening verschillen over bijvoorbeeld:

  1. de (locatie van de) erfgrens;
  2. de realisatie van een bouwwerk/aanbouw en de benodigde vergunningen;
  3. de eigendom van grond (verjaring);
  4. de uitoefening van een erfdienstbaarheid (bijv. recht van overpad/uitweg);
  5. mandelige erfscheiding; en/of
  6. overhangende beplanting/bomen.  

Burenoverlast

Sinds deze blog ben ik veelvuldig gebeld door mensen die met burenoverlast te maken hebben en heb ik vele slachtoffers van burenterreur bijgestaan. Enkele recente zaken waarbij ik als advocaat van het slachtoffer van burenterreur betrokken ben geweest, bespreek ik in deze blog. Wat opvalt is dat in bijna alle zaken, beide partijen het standpunt innemen dat zij slachtoffer zijn van de overlast die de andere buur zou veroorzaken, terwijl slechts één buur daadwerkelijk slachtoffer is van de door de ander veroorzaakte overlast. Dit is een bekende strategie, omdat de overlastveroorzaker op deze manier het beeld probeert te schetsen, dat sprake is van een burenruzie waarbij beide buren elkaar aan het lastig vallen zijn, wat zou betekenen dat beiden schuld hebben.  

Dit speelde ook in een geschil tussen twee woonboot eigenaren, waarbij de woonboten tegen elkaar aan liggen. De achterste woonboot kon alleen bereikt worden door over de loopbrug (vanaf de kade) en het dek van de aan de kade gelegen woonboot, te lopen. De eigenaren van de achterste boot veroorzaakten geluidsoverlast (door o.a. hard op het dek van de andere boot te stampen) en treiterden hun buren door hen hinderlijk aan te staren, gekke bekken te trekken en door valse meldingen te doen bij verschillende gemeentelijke instanties.

“Partijen stellen over en weer dat de andere partij onaanvaardbare overlast en (buren)hinder veroorzaakt in een mate die ernstig afbreuk doet aan het eigen woongenot en aan de eigen persoonlijke levenssfeer. Het hof is, met de voorzieningenrechter, van oordeel dat de juridische weg die partijen thans gekozen hebben om een eind te maken aan de door hen gestelde overlast, slechts op beperkte schaal een oplossing kan bieden en dat voorkomen moet worden dat door de rechter opgelegde en met een dwangsom versterkte bevelen en verboden vooral gebruikt worden als middel om de andere partij nog meer dwars te kunnen zitten. Ondanks deze bezwaren is het hof echter van oordeel dat de verhoudingen tussen partijen inmiddels zodanig zijn geëscaleerd dat het treffen van een aantal van de door hen gevorderde voorzieningen noodzakelijk is.”

Omdat de eigenaren van de voorste woonboot (de slachtoffers van het burenterreur in deze kwestie) hun zaken in bewijsrechtelijke zin goed op orde hadden, heeft het Gerechtshof geoordeeld dat er sprake was onrechtmatig gedrag in de vorm van het opzettelijk pesten van buren:

Uit het filmmateriaal dat door [appellant sub1] in het geding is gebracht, blijkt dat [geïntimeerde sub 2] en [geïntimeerde sub 1] zich meer dan eens in woord en gebaar of met onnodige geluiden hebben opgedrongen aan [appellant sub1] en/of diens gezinsleden terwijl deze zich op hun eigen woonboot bevonden, op een wijze die, in de context van hun onderlinge spanningen en de omstandigheden van het geval, in redelijkheid niet anders kan worden begrepen dan als een bewust treiteren en pesten dat inbreuk maakt op de persoonlijke levenssfeer van [appellant sub1] en zijn gezin.”

In mijn vorige blog heb ik tips gegeven om een goed dossier op te bouwen, zodat het mogelijk is om onrechtmatig (pest)gedrag te kunnen bewijzen. Het belang van een goed dossier met genoeg duidelijk bewijsmateriaal, blijkt onder andere uit een zaak die recent speelde in Overijssel.

Partijen zijn overburen, waarbij het slachtoffer van het pestgedrag van de overbuurman onder andere een contactverbod, perceelverbod en het verbieden van diverse andere gedragingen van gedaagde (obscene gebaren, belediging, bedreiging) vordert. De rechtbank oordeelt dat in kort geding niet voldoende aannemelijk is geworden dat er grond bestaat voor een contactverbod of een perceelverbod. Van obscene gebaren en hinderlijk staren zou onvoldoende sprake zijn om een verbod te rechtvaardigen. Wel wordt het de overbuurman verboden om vanaf zijn erf en oprit met stilstaande auto groot licht te voeren in de richting van de woning en/of het erf van de eisers op straffe van een dwangsom:

Er is naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen enkele reden om met een stilstaande auto groot licht te voeren, en [gedaagde] heeft daarvoor ook geen reden aangevoerd. Zijn stelling dat hij alleen (groot) licht voert wanneer hij wegrijdt of thuiskomt, wordt door middel van de camerabeelden weerlegd. [gedaagde] staat lange tijd naast zijn auto met de koplampen aan; duidelijk met de enkele bedoeling om in de woning van eisers te schijnen en hen zo te treiteren. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is hier sprake van het toebrengen van hinder aan eisers.”

Schadevergoeding (gederfd woongenot)

Uit verschillende uitspraken blijkt dat als het lukt om aan de bewijslast te voldoen (de rechter stelt dus vast dat er sprake is van onrechtmatige hinder, bijv. ernstige burenoverlast), er goede mogelijkheden om met succes schadevergoeding in de vorm van onder andere gederfd woongenot te vorderen over de periode dat de overlast heeft plaatsgevonden.

Een voorbeeld hiervan betreft een zaak waar sprake was van een extreme vorm van (eenzijdige) burenoverlast. De rechtbank Gelderland heeft in 2018 geoordeeld dat de veroorzaker van zeer ernstige en langdurige burenoverlast onrechtmatig heeft gehandeld en schadeplichtig is:

“Naar het oordeel van de rechtbank is duidelijk dat eiser in ieder geval vanaf maart 2015 door het onrechtmatig handelen van gedaagde ernstig in zijn woongenot is aangetast. De situatie tussen partijen is vanaf begin maart 2015 geëscaleerd. Gebleken is dat in ieder geval vanaf dat moment de intimiderende aanwezigheid van gedaagde, het bespieden door gedaagde van eiser bij aankomst en vertrek en de veelvuldige aanwezigheid van gedaagde in zijn voortuin en voor de oprit van eiser, maakt dat eiser vanaf maart 2015 geen onbelemmerd en ontspannen gebruik meer van zijn tuin
heeft kunnen maken. Voor het huis gold dat eveneens doordat gedaagde meerdere keren duidelijk heeft gemaakt dat hij eiser uit de woning wilde hebben.”

Specifiek over de schadevergoeding bestaande uit gederfd woongenot, oordeelt de rechtbank als volgt.

“Het gederfde woongenot is echter niet gelijk te stellen met (100% van) de huurwaarde. De rechtbank acht het redelijk het gederfde woongenot te beperken tot 15 % van de huurwaarde. Daarbij is in aanmerking genomen dat het beperktere woongenot vooral betrekking had op de tuin. Eiser heeft binnenshuis en in tijden van afwezigheid van gedaagde slechts beperkt of nauwelijks overlast ervaren.”  

Dat de hoogte van de schadevergoeding als gevolg van gederfd woongenot erg afhankelijk is van de omstandigheden van het geval (de ernst en de duur van de hinder), blijkt uit een recente uitspraak van de rechtbank Gelderland. De rechtbank heeft in een bodemprocedure geoordeeld over een vordering tot schadevergoeding bestaande uit gederfd woongenot, in navolging van een kort geding waar door de voorzieningenrechter was vastgesteld dat er onrechtmatige (geur) hinder werd veroorzaakt door de onderburen, die een wierookwinkel exploiteerde. De bodemrechter oordeelde (in een - nog - niet gepubliceerde uitspraak) als volgt:  

“Gelet op het bovenstaande wordt aangenomen dat de geurhinder constant (24/7) aanwezig was. Deze is niet vanzelf weg gegaan of verminderd nadat de winkel is gesloten, zoals door gedaagde verondersteld. Gedaagde heeft, gelet op zijn eigen verklaring en het rapport van de deskundige van juni 2020, onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de geurhinder in de periode na het vertrek van de huurders tot aan 14 september 2020 is afgenomen. De rechtbank schat de schade door vermindering van het woongenot door de geurhinder op grond van het voorgaande voor de gehele periode van l juni 2019 tot 14 september 2020 op 40% van de huurwaarde.”

Tot zover deze (vervolg) blog. Mocht u te maken hebben met een burengeschil (in welke vorm dan ook) en wilt weten wat uw mogelijkheden zijn of heeft u naar aanleiding van deze blog vragen, dan kunt u contact opnemen met Frans Clifford.